WERKEN > Landbouw > Dierenhinder

Dierenhinder





OVERLAST OP DE OPENBARE WEG OF HET OPENBAAR DOMEIN GEBOORTE


Indien je merkt dat er zich in je straat een probleem stelt door een overlast van zwerfkatten, ratten, vliegen, processierupsen, enzovoort, kan je de milieudienst (milieu@jabbeke.be - 050/81 02 11) hiervan op de hoogte brengen.

RATTENBESTRIJDING


Overlast door bruine of muskusratten dient gesignaleerd te worden aan de technische dienst zodat de rattenvanger ter plaatse kan komen. Aan alle inwoners wordt gevraagd om het materiaal dat door de rattenvanger uitgezet wordt met rust te laten met het oog op de eigen veiligheid en op een efficiënte rattenverdelging.

MELDPUNT EVERZWIJNEN


De provincie West-Vlaanderen heeft in overleg met de gemeente een centraal meldpunt opgericht om everzwijnen, of de schade aangericht door deze dieren, te melden. Dit meldpunt kwam er doordat verschillende gemeenten in de provincie, waaronder ook Zedelgem, al te lijden hadden onder de overpopulatie van everzwijnen.

De voorbije maanden werd door de dieren al heel wat schade aangericht op landbouwpercelen en natuurdomeinen. De populatie is fors toegenomen en door het gebrek aan voedsel in de bossen gaan de dieren elders op zoek. Bovendien kunnen ze een gevaar betekenen voor de gezondheid van de varkensstapel en voor de verkeersveiligheid.

Indien je everzwijnen waarneemt of schade aangericht door deze dieren kun je dit melden op everzwijnen@west-vlaanderen.be. Belangrijk is om de juiste locatie te vermelden, de schade evenals (indien mogelijk) de jachtrechthouder.

Met behulp van deze meldingen kunnen gespecialiseerde jagers actie ondernemen om de overpopulatie te doen afnemen. Er wordt uitdrukkelijk verzocht wel melding te maken maar in geen geval zelf actie te ondernemen.

VERPLICHTE MELDING EIKENPROCESSIERUPSEN


Eikenprocessierupsen trekken in processie vanuit spinsels op stammen of dikke takken naar de bladeren van de boom. Het zijn vooral eikenbomen (inlandse, maar soms ook Amerikaanse) die hun voorkeur genieten.

Tussen half april en begin mei komen de oranjeachtig gekleurde jongen uit de eitjes. Omdat zij nog geen brandharen hebben, is er dan nog geen risico op hinder. Na de derde vervelling, die meestal start rond half mei, krijgen de rupsen hun kleine brandharen en zorgen zij voor problemen.

De volgroeide rupsen hebben een grijsgrauwe kleur met lichtgekleurde zijden en zijn bedekt met lange witte haren. Deze witte haren zijn niet de brandharen! Vanaf juli verpoppen de rupsen zich in een stevige cocon van haren en ander materiaal en groeien uit tot een onopvallende grijze nachtvlinder.

Bij aanraking van de rups worden de brandharen afgestoten, waardoor contact met de huid, de ogen en de bovenste luchtwegen mogelijk is. Ook oude brandharen kunnen nog hinder veroorzaken. Na contact met deze brandharen kunnen er na enkele uren klachten ontstaan: pijnlijke jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen of aan de luchtwegen.

Meestal verdwijnen de klachten vanzelf binnen twee weken. Probeer niet te krabben of te wrijven. Was de huid goed met water. Aangetaste ogen kun je met veel water uitspoelen. Bij contact moet je steeds de kleren grondig wassen!

HINDER DOOR DUIVEN


Geen stad of gemeente zonder duiven. Voor sommigen een leuk plaatje, maar duiven geven ook veel overlast. Enkele tips om hinder door duiven te voorkomen:
  • Gooi geen eten op straat. Doordat duiven overal voedsel vinden, groeit de duivenpopulatie te sterk.
  • Voeder de duiven niet. Brood is ongezond voor duiven en trekt ook ratten en muizen aan.
  • Sluikstort en zwerfvuil trekt duiven aan. Gooi je afval in de vuilnisbak.

HINDER DOOR VOSSEN/MARTERS


Vossen zijn in Vlaanderen terug van weggeweest. Samen met de terugkeer van de vos, zijn ook de klachten over doodgebeten kippen toegenomen.

Vossen horen thuis in onze natuur en vervullen een belangrijke functie (regulatie van kleine knaagdieren en vogels).

Heb je vossenschade, dan kun je via http://www.hvv.be de door vossen of marters aangebrachte schade ingeven.

HINDER DOOR WESPEN


Wespen bestrijden heeft enkel zin als deze overlast of gevaar opleveren, bijvoorbeeld bij een wespennest in of vlakbij woningen of bedrijven.

Bijen worden niet verdelgd. Bij hinder door bijen neem je best contact op met een imker.

Wespenverdelging gebeurt door de brandweer van februari tot en met mei op maandag en vrijdag (vanaf 14 uur). In juni en september gebeurt de verdelging ook op woensdag (vanaf 14 uur). In juli en augustus worden elke dag verdelgingen gedaan. Normaliter wordt voor een verdelging van wespen een vergoeding aangerekend.

HINDER DOOR ZWERFKATTEN


Katten kunnen 2 tot 3 nesten van 3 tot 4 jongen per jaar hebben. Het zwerfkattenprobleem ontstaat doordat pasgeboren jongen in de vrije natuur worden achtergelaten. Deze kunnen ook naar een dierenasiel worden gebracht, dat dan weer voortdurend met overbevolking kampt zodat het 1 op 2 gezonde poezen moet laten inslapen.

Voor het probleem van de zwerfkatten heeft het gemeentebestuur een overeenkomst afgesloten met een honden- en kattenasiel. Toch ligt de nadruk steeds op het voorkomen van een zwerfkattenprobleem door sterilisatie of castratie.

Sinds 1 september 2014 moet élke persoon die katten wil verhandelen (ook gratis weggeven), de dieren vooraf laten steriliseren/castreren, chippen en registreren.

Is er in je buurt sprake van kattenoverlast? Meld dit aan de milieudienst (050/81 01 33 – milieu@jabbeke.be). Na onderzoek door de wijkagent worden indien nodig vangkooien geplaatst.

GEBRUIK VAN EEN VOGELSCHRIKKANON


Het is toegelaten om automatische en niet-automatische vogelschrikkanonnen, alarmkanonnen of gelijkaardige toestellen te gebruiken op voorwaarde van:

  • een voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester
  • afstand van minstens 100 meter van de dichtstbijzijnde woning
  • het richten van de loop naar de open ruimte

Het is verboden deze toestellen te gebruiken tussen 20 en 7 uur. De identificatie van de vergunninghouder moet aangebracht zijn op het toestel.

Laat telkens minstens 10 minuten tussen de ontploffingen. Het gebruik van deze toestellen moet streng beperkt blijven voor het beveiligen van fruit, groenten of de graanoogst.