WOUDWEG NAAR ZEDELGEM





ONROEREND ERFGOED

Klik hier om de lijst van het onroerend erfgoed te Jabbeke, zoals beschreven in 2012, te consulteren.



Loopt van aan de Eernegemweg naar het Vloethemveld en zo naar het Maantjesveld te Zedelgem, maar ook vanaf de Isenbaertstraat geeft ze verbinding met het Vloethemveld. Kreeg in de 20ste eeuw zijn definitieve naam. Het stuk vanaf de Isenbaertstraat tot aan het Vloethemveld heette in 1512 en 1628 de 'Veltdreef' net als het gedeelte vanaf de Eernegemweg tot aan de Vloethemveldhoeve.

VLOETHEMHOEVE

Woudweg naar Zedelgem nr. 19. Historische hoeve zgn. "Vloethemhoeve". Bestaande uit twee losse bestanddelen. Het stuk van de straat waarop de erfoprit uitgeeft, bestaat uit kasseien. Er zijn nog stukken van de walgracht bewaard ten zuiden en ten westen van de hoevegebouwen. De hoeve is beschermd als monument bij M.B. van 15 april 2004 en is gelegen in een beschermd landschap "Vloethemveld" (M.B. van 9 juni 1995) dat zich over de gemeentegrens met Zedelgem uitstrekt.

Deze historische site gaat terug tot het einde van de 13de eeuw en kadert in de ontginning van het omliggende Vloethemveld. In 1296 schonk graaf Gwijde van Dampierre veld en heidegrond aan het Sint-Janshospitaal in Brugge. Op traditionele wijze probeerde het "Sint-Janshuys" een deel van deze laaggelegen gronden te ontginnen door de uitbouw van hoeves. Het "Hildeghemhof" (cf. Vloethemveldstraat nr. 1) en het "Vloethemhof" in Snellegem en "Noortweghe" in Zedelgem dateren uit deze fase. De eerste vermelding van de naam "Vloethem" dateert van ca. 1300: "Zegher van Vloethem". In 1478 wordt de hoeve expliciet vermeld. De monumentale 8-vormige omwalling verwijst naar het belang van de hoevesite, en wordt voor het eerst vermeld in 1681.

De Vloethemhoeve speelde voornamelijk in het derde kwart van de 18de eeuw een belangrijke rol bij de drooglegging en de bebossing van de moerassige gebieden en vijvers ten zuiden van de site. Het boerenhuis en de schuur dateren uit deze periode, cf. jaartal 1791 op stalgevel. De hoeve wordt op de kaart van Ferraris (1771-1778) weergegeven als bestaande uit drie losse gebouwen rond een erf met bomen. Ook de rest van de site wordt weergegeven als een boomgaard. Het Primitief kadasterplan van 1834 geeft quasi dezelfde situatie weer: drie losse volumes die ongeveer een vierkant vormen op het noordelijke perceel, met in de noordwesthoek een afgescheiden moestuin; ten zuiden een ongeveer even groot vierkant perceel. Het woonhuis is noord-zuid gericht en ten zuiden haaks daarop staat een langwerpige schuur. Ten oosten van het woonhuis staat een stal. In 1886 wordt het oostelijke landgebouw afgebroken, boerenhuis en schuur worden uitgebreid. Op het einde van de 20ste eeuw worden aanbouwen aan het boerenhuis gerealiseerd.

Indrukwekkende hoeve met losse bakstenen bestanddelen onder pannen zadeldaken. Het woonhuis met aangebouwde stallen, de schuur, hangar en verbouwde wagenhuis zijn geschikt rondom een deels verhard, deels begraasd erf met een mestvaalt tussen huis en schuur. Het grote erf is toegankelijk vanuit het noorden over een overwelfde gracht met smeedijzeren hekken tussen pijlers in beton. De oorspronkelijke rechthoekige, 8-vormige omwalling omvat twee aangrenzende, vierkante percelen waarbij het noordelijke perceel met hoevegebouwen, restant van boomgaard en moestuin.

Boerenhuis (nok haaks op straat) uit rode, oorspronkelijk witgekalkte baksteenbouw op gepekte plint. Het geheel bestaat uit een laaghuis van twee traveeën onder zadeldak + opkamertraveeën aan de noordzijde met hoger dak (Vlaamse pannen). De noordelijke zijpuntgevel vertoont verschillende soorten metselwerk met twee muurankers. Er is een getralied keldervenster en twee zoldervensters met schuiframen en betegelde onderdorpel. Zuidelijke zijpuntgevel van opkamer met schoorsteen. Erfgevel van laaghuis en hooghuis in gemengd metselwerk. Hooghuis met twee rechthoekige vensters met schuiframen, hardstenen onderdorpels en authentieke hengsels van vernieuwde luiken. Mozegat; getrapte gootlijst in metselwerk met platte muizentand. Lager woongedeelte met vierkant venster met schuiframen, betegelde onderdorpel en luikduimen. Getoogde muuropening.

Achtergevel van het lage woonhuis beschilderd en deels in keuken geïntegreerd. Getoogde deuropening. Metselwerk bij opkamer ingevlochten, met gemengd metselwerk. Vensteropening met vleugelraam, tralies en luikduimen. Westgevel van opkamer in gele baksteenbouw voor de onderste helft, met mozegat voor de westelijke opkamer. Bovenste helft van de gevel in paarsrode baksteen met vensteropening met twee schuiframen, bakstenen onderdorpel en originele luikhengsels. Gegrapte gootlijst met platte muizentandlijst. Westelijke en zuidelijke aanbouw aan het woonhuis uit rode baksteen.

Interieur van het woonhuis. Het woonhuis bestaat uit een woonkamer met haard, twee opkamers met haard op tweebeukige kelder met tongewelven. De kelder is toegankelijk via de kelderdeur in de noordelijke zijpuntgevel, waarachter betegelde trappen en vanuit de gelijkvloerse woonkamer met bakstenen trap. In de kelder, gecementeerde plint en vloer, gekalkte wanden en gewelven. Woonkamer in het laaghuis toegankelijk via deur aan erfgevel. Komt uit in kleine inkom met houten wanden in de woonkamer opgebouwd. Vanuit de inkom, tevens toegang naar zolder via houten trap. Woonkamer met cementtegelvloer, bepleisterde wanden en behang. Beschilderde balkenroostering met geprofileerde balken waarvan enkele rusten op eenvoudige consoles in natuursteen en hout. Stereotype opbouw van noordwand met centraal de brede open haard, rechts de deur naar de opkamer en links een bergkast.

Haard met haardbalk waarop mooi geprofileerde haardlijst. Haardwangen aan voorzijde bezet met geprofileerde planken. Binnenzijde haardmond bezet met haardtegels: 18de-eeuwse wafeltegels met slibversiering. Centraal in de haardmond, reducerend gebakken baksteentjes in visgraatmotief. Rechtsboven, kleine nis met mijterboog. Twee opkamers, één aan erf- en een kleinere aan achtergevel. Boogvormige trappen naar grote opkamer in reducerend gebakken baksteen (vijf treden). Opkamer met vloer in kleine rode Boomse tegels, bepleisterde wanden met behang en eenvoudige, beschilderde balkenzoldering. Tegen de noordgevel, een centrale haard met hoge, brede en strakke haardmond in houten planken met marmerimitatiebeschildering. Voor de gedichte haardmond, een fraaie kolenkachel in beschilderd smeedijzer.

Ten zuiden bij het woonhuis aansluitend, witgekalkt bakstenen stalvolume van drie traveeën onder pannen zadeldak. Deels bij het woonhuis ingevlochten metselwerk, gecementeerde plint. Ontdubbelde staldeur en sterk uitgesleten dagkanten van deuropening. Dichtgemetselde vensteropening, rechthoekige stalvenster met betegelde onderdorpel. Zuidelijke zijpuntgevel van paarsrode baksteen met twee smalle rechthoekige vensters elk met schuifraam en tralies. Jaarankers "1791". In de zuidwesthoek van de stal, twee luikduimen als restant van verdwenen aangebouwde constructie. Achtergevel van de stal met metselwerk in paarse baksteen. Gedichte luchtgleuf en rechthoekig venster, waarvan houten raam nog aan de binnenzijde zit. Recent gemaakte deur en vensteropening.

Interieur van de stal. Vloer bestaande uit mengeling van natuur- en baksteen met centrale goot doorheen erfgevel naar vaalt. Voederbakken in blauwe hardsteen op bakstenen sokkel. Zeer fraai geprofileerde moerbalk met geprofileerde balksleutels. Recentere kinderbalken in naaldhout. Originele deur van stal naar stalkamer, met origineel sluitwerk. In muur tussen stalkamer en bergplaats, identieke moerbalk met balksleutel.

Ten zuiden en haaks op het woonhuis staat het langgestrekte volume van schuur met stallen. De grote dwarsschuur met stallingen, overdekt met zadeldak (Vlaamse pannen), is in verschillende fases tot stand gekomen en dateert uit het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw. De oorspronkelijke constructie startte met de oostgevel in gele baksteen waarin een gedichte zolderopening en radvormig uilengat zitten. Vervolgens was er vanaf de linkerkant van de noordgevel een open wagenbergplaats met wand bestaande uit een bakstenen sokkel waarop een houten plankenbeschieting. De grote rechthoekige poort is aan beide langsgevels nog bewaard. De gedeeltelijk beplankte schuur liep door tot juist voor de laatste staldeuren, nog te zien aan de bouwnaad. Zoals af te lezen uit de mutatieschetsen in het kadaster, werd de schuur in 1886 verlengd met stallen. Ten zuiden van de schuur zit in de grond het restant van een gietijzeren rosmolen, gesigneerd "LEON CLAEYS ZEDELGHEM". Binnenin is dit stalschuurvolume ingedeeld in elf compartimenten, bijna allemaal gebruikt als koeienstallen, met bakstenen vloeren met goten, hardstenen slieten.

De kleine stallingen tegen de oostelijke zijpuntgevel zijn in de tweede helft van de 19de eeuw aangebouwd. Deze zijn voorzien van een bakstenen vloer, vaste voederbakken, drie deuropeningen en een lessenaarsdak met Vlaamse pannen. In de linker bovenhoek van de zuidgevel zit een kleine nis met mijterboog.

VOORMALIGE BOSWACHTERSWONING DE VIER EYCKEN

Woudweg naar Zedelgem nr. 24/ Vloethemveldstraat. Voormalige boswachterswoning van het Vloethemveld, zgn. "De Vier-Eycken". De hoeve is opgenomen binnen de grenzen van het beschermd landschap "Vloethemveld", beschermd bij M.B. van 9 juni 1995.

Historiek. De hoeve is omstreeks 1776 gebouwd voor de net als toeziener-boswachter aangestelde Peter Warnier. Pieter Warnier moest in opdracht van het Sint-Janshospitaal in Brugge toezien op de grootschalige landschapswerken in het Vloethemveld. Jan Aneca was zijn opvolger vanaf 1783, en maakte de bebossing van het Vloethemveld mee tot in 1831. De vijvers werden in deze periode planmatig drooggelegd en de onvruchtbare percelen werden bebost. Deze wijzigingen domineren nog steeds het uitzicht van het Vloethemveld. De hoeve was tot ver in de 20ste eeuw eigendom van de Burgerlijke Godshuizen van Brugge, de later Commissie Openbare Onderstand.

De kaart van Ferraris (1771-1778) geeft de hoeve nog niet weer. Op de Atlas der Buurtwegen (1844) worden de volumes van het woonhuis, haakse stal en bakhuis ten noorden van het woonhuis al weergegeven. De grote schuur werd later in de 19de eeuw toegevoegd.

Beschrijving. De hoeve is gelegen precies op de grens van Snellegem en Zedelgem, centraal in de bossen van het Vloethemveld, aan de noordgrens van het militaire domein. Het is een hoeve met losse bakstenen bestanddelen onder pannen zadeldaken. Boerenhuis in de zuidhoek van het erf, met ten noordwesten daarvan een bakhuis en ten oosten, haaks erop, twee aan elkaar gebouwde landgebouwen. Deze samenstelling is begin-19de-eeuws. De noordelijke monumentale schuur (nok haaks op huis) is gebouwd in derde kwart van de 19de eeuw. Het woonhuis is vermoedelijk bijna volledig vernieuwd. Het is een bruine baksteenbouw van zes traveeën onder pannen zadeldak. Rechthoekige beluikte vensters, deur met bovenlicht. Twee aan elkaar gebouwde 19de-eeuwse stalvolumes in bruine baksteenbouw onder pannen zadeldaken (nok haaks op huis). Rechthoekige stalopeningen. De 19de-eeuwse enkelvoudige dwarsschuur heeft een steekbogige schuurpoort en een typerend overstekend zadeldak op houten schoren. Dit schuurtype zien we ook bij andere hoeves in het Vloethemveld, cf. hoeve "Noortwege" in Zedelgem. Het schrijnwerk van de landgebouwen is rood geschilderd, cf. eigendom van het de Burgerlijke Godshuizen in Brugge.

(laatst gewijzigd:5-8-2011)