STATIONSTRAAT





ONROEREND ERFGOED

Klik hier om de lijst van het onroerend erfgoed te Jabbeke, zoals beschreven in 2012, te consulteren.



Deze naam is na de fusie van de gemeenten in 1977 te Jabbeke overgebleven. Ook te Varsenare werd tijdelijk deze naam gebruikt. In 1553 spreekt men hier van de 'Nieuwen Heerwech' of 'Nieuwen Wech'. Ongetwijfeld werden hier werken uitgevoerd, want voorheen was het gewoon 'Heerwech'.

DE KLOKHOFSTEDE

Deze oude hoeve heeft moeten wijken voor het wegennet. In de onmiddellijke omgeving werd een gelijknamige, modernere woonst opgetrokken.

De Klokhofstede was een oude hoeve, zeker stammende uit het begin van de 17de eeuw, indien nog niet ouder. Op het einde van de 17de eeuw wordt de omschrijving 'gheleyn vander poorte over Adriaen Pycke, de hofstede daer hy wuent metten bogaert upt westhende, toosthende anden dycwegh' gevonden. De oppervlakte bedroeg op dat moment 860 roeden.

HET HOVENIERSHOF

Aan de zuidkant van het station ligt het Hoveniershof gekneld tussen loodsen van het oude legerkamp. In 1692 bedroeg de oppervlakte van het perceel 524 roeden. Gomart kocht de hoeve waarschijnlijk uit de erfenis van Jan van Haveskercke. Wanneer Jacobus Hekelaere hier in 1734 boert, heeft hij ook een schapenhouderij (schaapdrift). Hij betaalde hiervoor een belasting van 3 pond 10 schellingen 11 grooten, wat een behoorlijk bedrag was. Jacob was trouwens hoofdman van 1750 tot 1760.

De familie Knockaert-Cools kreeg hier tijdens de Eerste Wereldoorlog te maken met een Duitse broodbakkerij en een munitiedepot. Ze moesten hun hoeve verlaten en zouden pas na de Wapenstilstand terugkeren. In 1958 kocht de Bank van Roeselare en West-Vlaanderen de hoeve.

Het Hoveniershof is een recentere naam. De oude en wellicht oudste naam was 'Hoophof', een hof waar schepenen en mannen van de wet samenkwamen. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk, daar de vergaderplaats vermoedelijk dichter bij het kasteel van Haveskerke moet gelegen hebben.

KAZERNE MET LEGERBARAK

Stationsstraat nr. 61. De Stationsstraat wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een (voormalige) kazerne, teruggaand op het militaire park dat tijdens de Eerste Wereldoorlog ten zuiden van het station door het Duitse leger werd opgetrokken.

Het "Feld Proviant West" bestond uit talrijke barakken en opslagplaatsen. Na de Eerste Wereldoorlog werd het door het Belgische leger gebruikt als depot voor het pontonniermateriaal van de Genietroepen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het door de Duitse troepen uitgebreid en ingericht als krijgsgevangenenkamp. Aan de westkant van de straat bevond zich het militaire park met barakken, opslagplaatsen en laadkaai langs een aftakking van de spoorlijn. Aan de overkant van de weg werden zes bunkers gebouwd, drie houten slaapbarakken, één officiersbarak en een grote stenen keuken met voorraadkelder. Vanaf eind 1944 richtte het Engelse leger er het "Prison of War Camp 2224" in. Na de Tweede Wereldoorlog werd het kamp door het Belgische leger gebruikt.

Enkel aan de westkant van de weg zijn anno 2007 nog enkele gebouwen bewaard. De Civiele Bescherming gebruikt drie stenen barakken uit de Tweede Wereldoorlog ten zuiden van het "Hoveniershof" (nr. 63). Het deel van het terrein ten noorden van de hoeve is eigendom van de gemeente Jabbeke en bevat behalve een grote timmerijbarak uit de Tweede Wereldoorlog, twee opmerkelijke houten barakken uit de Eerste Wereldoorlog.

De zuidelijke houten barak uit de Eerste Wereldoorlog, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog ingericht als feestzaal voor bals en het "Weihnachtfest". Vanaf de bevrijding in 1944 door de Britse militairen gebruikt als "Stage Door Canteen". Daartoe werd een grote vierkante dansvloer aangelegd die nog steeds aanwezig is. Houten gebouw op rechthoekige plattegrond, bestaande uit muren in een houten constructie, gevuld met baksteenmetselwerk en golfplaten; het zadeldak wordt door talrijke houten pijlers gedragen. Interieur deels bepleisterd en voorzien van talrijke amateur-muurschilderingen van tekenfilmfiguren. Betonnen vloer met nauwkeurig aangelegde vierkante houten dansvloer aan de westkant. Ten noorden hiervan, een gelijkaardige, maar iets grotere houten barak uit de Eerste Wereldoorlog. Beide gebouwen bevinden zich in verwaarloosde toestand.

Ten westen van het terrein, langs de (verdwenen) aftakking van de spoorweg, een erg lange barak uit de Tweede Wereldoorlog, toen in gebruik als timmerwerkplaats. De zijpuntgevels zijn in baksteenmetselwerk en betonplaten opgetrokken, de langsgevels bestaan uit golfplaten tegen een deels bakstenen, deels betonnen constructie. Laag zadeldak van golfplaten, gedragen door ijzeren gebintes. Betonnen vloer; op de zuidelijke binnenwand is in gele verf het opschrift "Rauchen verboten" geschilderd, verwijzend naar de functie als schrijnwerkerij.

VOORMALIG STATIONSGEBOUW

Stationsstraat nr. 77. Voormalig stationsgebouw van Jabbeke op de lijn Brugge-Oostende, die in 1838 werd ingereden als enkelvoudig spoortraject. In de beginjaren waren er maar drie haltes op deze lijn, namelijk in Oostende, Jabbeke en Brugge. In 1858 werd een dubbel spoor aangelegd. In 1875 wordt een stationsgebouw gerealiseerd in Jabbeke, aan de noordzijde van de spoorweg. In 1892-94 wordt iets noordelijker het huidige gebouw opgetrokken, met een oostelijk bijgebouw. Anno 2005 staat het gebouw leeg, omdat de halte langs de spoorlijn is afgeschaft in 1984. Een seinhuisje iets verder langs de spoorlijn in typische interbellumvormgeving, cf. betonnen horizontaal doorlopende puien.

Het gebouw werd opgetrokken volgens een vast type dat door de Belgische spoorwegen tussen ca. 1881 en 1895 werd toegepast, en wel volgens de eerste variant daarvan, het zgn. "Stationstype 1881". Het gebouw is in gele baksteen opgetrokken op hardstenen plint en bestaat uit drie delen met centraal een volume van twee bouwlagen en drie traveeën onder een leien zadeldak (nok // sporen). Tot voor 1900 werd het type aan de ene zijde geflankeerd door een lage vleugel onder een leien zadeldak en aan de andere zijde een lange vleugel met een plat dak, beide van drie traveeën.

Het hoofdgebouw bevat de dienstwoning, met een woonruimte aan de kant van de sporen en slaapvertrekken op de verdieping. Een gedeelte werd als loket en kantoor ingericht. De vleugel onder plat dak bevatte de keuken, een wasplaats, een koertje en een toilet; tevens was er een toilet voor de reizigers. In de lage vleugel onder zadeldak waren twee traveeën voorbehouden als wachtzaal voor de reizigers, de rest voor goederen en bagage.

De lijstgevels in voor- en achtergevels zijn gemarkeerd door lisenen tussen de traveeën; de gedeeltes met zadeldak hebben tevens rode baksteenfriezen met muizentand. Horizontale indeling van het hoofdvolume door hardstenen kordonlijst. Rondboogvensters met een rode druiplijst rustend op hardstenen imposten op de eerste bouwlaag van de volumes onder zadeldak; segmentbogige vensters met rode bakstenen omlijsting op de verdieping en in het volume onder plat dak De overkragende daklijsten zijn door houten uitgewerkte windborden afgelijnd. Zijpuntgevels van het centrale volume met ronde oculus. Mooie sierankers in het hoofdvolume.



(laatst gewijzigd:5-8-2011)