GISTELSTEENWEG





ONROEREND ERFGOED

Klik hier om de lijst van het onroerend erfgoed te Jabbeke, zoals beschreven in 2012, te consulteren.



Deze drukke verbindingsweg tussen Brugge en Gistel loopt door tot aan Nieuwpoort. De steenweg Brugge-Gistel-Nieuwpoort werd in 1755 door de Oostenrijkers aangelegd. Daarbij werd voor een belangrijk deel het tracé van de wegen gevolgd die sinds de Romeinse tijd de verschillende dorpen verbonden.

Al in 1300 wordt melding gemaakt van 'de wech die te ghistele ward loopt'. Op de kaart die Pieter Pourbus in 1561-1571 maakte van het Brugse Vrije is het tracé goed herkenbaar. Op de Ferrariskaart (1771-1778) is de 'Chaussée de Nieuport' goed zichtbaar. De huiidige Gistelsteenweg loopt echter parallel ten zuiden van de Oostenrijkse steenwg en vermijdt de dorpskommen; ze volgt daarbij het tracé van de dijkrand (zgn. 'de Hooghe Dijcken').

In 1933 wordt het huidige gedeelte ten zuiden van de dorpskern Jabbeke aangelegd, tot 1943 'Nieuwe Baan' genoemd, daarna 'Guido Gezellelaan', na de bevrijding n 1944 'Rooseveltlaan' en tenslotte bij de fusie van de gemeenten in 1977 'Gistelsteenweg'.

Op het nummer 341 staat het woonhuis/atelier van de kunstenaar Constant Permeke (1886-1952), de Vier Winden. De woning werd in 1929-1930 gebouwd volgens een concept van de kunstenaar zelf, dat door architect Pierre Vandevoort (Nieuwpoort) in bouwplannen werd omgezet. De woning werd perfect op de windrichtingen georiënteerd.

HERBERG DE STEENOVEN

Gistelsteenweg nr. 157. Voormalige herberg en afspanning zgn. "De Steenoven", volgens het kadaster gebouwd in 1868 in opdracht van de Brugse brouwer Firmin Jooris. De bouwaanvraag van deze woning, daterend van 1866 en ingediend door Jooris, werd bewaard in het gemeentearchief van Jabbeke, evenwel zonder tekeningen. Genoemd naar de nabijgelegen steenbakkerij van Jonkheer de l'Espée de Straten uit Sint-Andries die tussen 1830 en 1846 werd uitgebaat op een voor de zandstreek erg uitzonderlijke kleistrook.

Het dubbelhuis is een opvallend element langs de Gistelsteenweg, gelegen op het knooppunt met de Oude Dorpsweg. Breedhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder een mank zadeldak (nok // straat, mechanische pannen). Donkere baksteenbouw met gepekte plint, doorbroken door rechthoekige muuropeningen met rode bakstenen strek en hardstenen dorpels. Het schrijnwerk van de beluikte benedenvenster is vervangen door kunststof; de deur bewaarde het waaiervormige bovenlicht. Achter het hoofdgebouw bevindt zich een parallel stalvolume.

DE THIENDE UYTVANCK

Gistelsteenweg nr. 173/ Beisbroekdreef. Opmerkelijke neoclassicistische woning, in het fronton van naam en jaartal voorzien: "De Thiende Uytvanck 1846". De naam is volgens Franchoo overgenomen van het gelijknamige cijnshuis dat omstreeks 1629 op deze plaats werd opgericht. Een "uytvanck" of "uyttrede" is een uitweg tot de openbare weg van alle hoeves die in het gebied van een bepaalde heer lagen; bij het betreden van de handelsweg diende cijns op vee, vruchten of koren betaald te worden. Door de eeuwen heen raakt het oude cijnshuis in verval, om wellicht in ca. 1846 afgebroken te worden. In datzelfde jaar stopt de nabijgelegen steenbakkerij van Jonckheer de l'Espée de Straten wegens uitputting van de klei. De literatuur vermeldt dat de huidige woning op nr. 173 met de resterende bakstenen op de plaats van het oude cijnshuis werd opgetrokken. Daarbij zouden hardstenen deur- en vensterdorpels gebruikt zijn, afkomstig van de afbraak van het tolhuis aan de Katelijnepoort in Brugge. Een midden-20ste-eeuwse eigenaar verfraaide het huis naar verluidt op historiserende wijze en liet naam en datum "1846" in het fronton beitelen. De gegevens uit het kadaster stellen deze datum in vraag, omdat de bouw van de woning op die plaats pas in 1866 wordt geregistreerd, in opdracht van Eduard de Nieulant uit Sint-Andries. Anno 2005-2006 wordt de woning gerenoveerd en uitgebreid.

Vrijstaande neoclassicistische woning van drie traveeën en twee bouwlagen onder een laag schilddak; rechts en achter lage recente uitbouwen. Witgeschilderde baksteenbouw; de lijstgevels zijn geritmeerd door hardstenen pilasters die de uitspringende kroonlijst dragen. Rechthoekige muuropeningen met hardstenen onderdorpels, deels gewijzigd. Centrale inkompartij in de voorgevel geaccentueerd door rechthoekig fronton en hardstenen serliana-omlijsting; in de oostelijke zijgevel wordt deze structuur nagebootst. Gewijzigde rechthoekige voordeur met rondbogig, radvormig ingedeeld bovenlicht.

KLUIS DE BLAUWE TOREN

Gistelsteenweg nr. 20/ de Manlaan. "Kluis de Blauwe Toren", één van de twaalf zgn. "blauwe huizen", die in de jaren 1860-1870 door Alfred de Man op het kasteeldomein "De Blauwe Toren" (cf. de Manlaan nr. 50) als uitbatinghoeves werden opgetrokken. De kluis werd samen met zes andere blauwe huizen in 1874 geregistreerd in het kadaster en was de woning van de hovenier van het kasteel. Het archief van de gemeente Jabbeke bewaart de geveltekening van de bouwaanvraag die Alfred de Man in 1873 indiende voor deze woning. Een bouwaanvraag van Alfred de Man uit 1907 betreffende een "schuur bij het huis van Xavier Luthem" gaat wellicht over het bijgebouw dat nu als garage wordt gebruikt.

Pittoreske vrijstaande woning in rode baksteenbouw gevat onder een zadeldak (nok haaks op steenweg) met geglazuurde blauwe pannen, cf. gekend als de blauwe huizen. Het dak is verlevendigd met dakkapellen en uitgewerkte schoorstenen, wimborden lijnen de puntgevels af. Levendige volumewerking door uitspringende centrale traveeën in voorpuntgevel; een luifel dekt de inkom in de zuidwesthoek af. Rondbogige en getoogde muuropeningen; in zijgevels grotendeels gewijzigd. In een hoeknis, een groot Mariabeeld, naar verluidt uit Lourdes; hardstenen wapenschild van de familie de Man centraal in de voorgevel.

EIND 19DE-EEUWSE HOEVE MET TABAKSAST

Gistelsteenweg nr. 206. Eind-19de-eeuwse hoeve met opmerkelijke tabaksast, gelegen op een begraasd erf langs de drukke Gistelsteenweg; ten zuidwesten een boomgaard.

In 1896-1897 laat baron Edmond le Bailly de Tilleghem-de Man, de kasteelheer van Snellegem, een nieuwe hoeve bouwen langs de toenmalige "Steenweg van Jabbeke naar Varssenaere". De hoeve bestaat op dat moment uit één bouwvolume evenwijdig met de weg, het huidige woonstalhuis. Op dat moment wordt het aan Broucke verpacht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt naar verluidt een mitrailleursnest gebouwd in de tabaksast ter verdediging van het nabijgelegen vliegveld. De erfgenamen van de baron blijven eigenaar tot de familie Hanseeuw de hoeve in 1948 koopt. In 1943 worden er drie (vermoedelijk iets oudere) bijgebouwen geregistreerd in het kadaster: ten westen en noordwesten van het woonhuis verschijnen stal en bergplaats, haaks op elkaar; ten noorden van het woonhuis wordt een "tabaksdroogerij" of tabaksast opgetrokken. Vanaf 1948 is de hoeve niet meer in bezit van de familie le Bailly de Tilleghem en in 1953 wordt onder de landbouwersfamilie Hanseeuw ten noordoosten van het woonhuis een nieuwe hangar gebouwd. Anno 2005 staat de hoeve leeg.

Hoeve bestaande uit losse bestanddelen, waaronder het woonstalhuis dat in 1896 gebouwd wordt evenwijdig met de Gistelsteenweg. Het betreft een geel bakstenen volume van één bouwlaag en acht traveeën onder pannen zadeldak (mechanische pannen). Het verankerde baksteenmetselwerk is met een geprofileerde gootlijst afgewerkt. Het woonhuisgedeelte van vier traveeën (oost) bevat in de noordwesthoek een opkamer. Getoogde muuropeningen, origineel groen geschilderd en met T-vensters; in het stalgedeelte deels gewijzigd en dichtgemetseld. De andere gebouwen zijn 20ste-eeuws en zijn in rood baksteenmetselwerk opgetrokken, gevat onder rode pannen zadeldaken. Het meest opvallende volume is de tabaksast, gelegen ten noorden van het boerenhuis. De ast bestaat uit drie niveaus met betonnen vloeren en een zolderniveau met luiken. Rechthoekige muuropeningen, schoorsteen aan oostelijke zijpuntgevel. Ten oosten, een lage aanbouw in houtbouw onder pannen zadeldak, deels beplankt, deels met golfplaten. Ten westen van het woonhuis, een stalvolume van drie traveeën in rode baksteenbouw met geprofileerde gootlijst + drie beplankte traveeën ten noorden, onder pannen zadeldak. Getoogde muuropeningen (nok haaks op huis).

LANDHUIS SANTA MARIA

Neoclassicistisch landhuis in park, grenzend aan de de Manlaan en de Zandstraat. Opgetrokken in 1939-1941 als "Santa Maria" naar ontwerp van architect Maurice Vermeersch (Brugge), in opdracht van Baron Jacques de Cromrugghe de Looringhe-van Caloen de Basseghem, een Brugs advocaat die zich in Varsenare kwam vestigen. Het ontwerp is geïnspireerd op het eind-19de-eeuwse classicistisch kasteel in het Oost-Vlaamse Wippelgem, dat sinds begin 20ste eeuw eigendom was van de familie de Crombrugghe de Looringhe. Een historisch drevenpatroon (cf. aanduiding op kaart van Ferraris van 1771-1778) verbindt het park met de Gistelsteenweg. Op het domein verder: ten oosten van het kasteel een speelhuisje gebouwd in 1956 naar ontwerp van architect Arthur De Geyter (Sint-Andries, Brugge) en in 1964 uitgebreid tot zomerhuis, een houten duiventil naast het zomerhuis, een bakstenen kapelletje ten oosten naast het kasteel.

Kasteeltje op rechthoekige plattegrond, onderkelderd gebouw van twee bouwlagen en zeven traveeën onder een leien mansardedak met dakvensters. Bepleisterde en witgeschilderde gevels. Neoclassicistische opbouw van de voorgevel: centrale toegang bereikbaar via monumentale trap, gordijnboogdeur waarboven een balkon met smeedijzeren leuning; geflankeerd door twee vensterrisalieten met driehoekige frontons op pilasters. Getoogde vensteropeningen beneden, rechthoekige boven; T-vormig schrijnwerk.

TWEE BLAUWE HUIZEN

Gistelsteenweg nr. 26-28. Twee zgn. "blauwe huizen" die in 1874 in opdracht van Alfred de Man op diens kasteeldomein "De Blauwe Toren" als uitbatinghoeves werden gebouwd. De twee woningen maken deel uit van een reeks van vier oorspronkelijk identieke woningen, waarvan het meest rechtse huis (nr. 26) tot op heden intact is bewaard. Nr. 28 werd aangepast, waarbij bedaking en schrijnwerk hun authenticiteit verloren, de twee andere woningen verdwenen. De woning op nr. 26 is een laag breedhuis van vier traveeën; de geelbruine baksteenbouw heeft een gepekte plint en is gevat onder een zadeldak (nok // straat) met typerende geglazuurde blauwe pannen, cf. de benaming blauwe huizen. De zijpuntgevels zijn met windborden afgewerkt en doorbroken met een rondbogig zoldervenster met rode strek. De voorgevel is doorbroken met licht getoogde muuropeningen, waarvan het westelijk blind, de vensters beluikt en de deur met arduinen trede en bovenlicht; 19de-eeuws schrijnwerk bewaard.

ECCLECTISCHE VILLA MET OMHEINDE VOORTUIN

Gistelsteenweg nr. 317. Eclectische villa met omheinde voortuin, opgetrokken in 1931. Gele baksteenbouw van drie traveeën en twee bouwlagen onder pannen gemansardeerd schilddak met twee dakvensters. Centrale deurtravee, brede rechtertravee geaccentueerd door doorlopende driezijdige erkers en trapgevel met jaartal "1931". Korfbogige muuropeningen met gecementeerde rollaag met waterlijst en bewaard, fraai uitgewerkt schrijnwerk, cf. gedeelde bovenlichten van de vensters, dubbele deur met waaiervormig bovenlicht en ijzeren hekwerk.

DE VIER WINDEN - PROVINCIAAL MUSEUM

Gistelsteenweg nr. 341. Zgn. "De Vier Winden", voormalig woonhuis en atelier van kunstenaar Constant Permeke (Antwerpen, 1886-Oostende, 1952). De woning werd in 1929-30 gebouwd volgens een concept van de kunstenaar zelf, dat door architect Pierre Vandevoort (Nieuwpoort) in bouwplannen werd omgezet. De woning werd perfect op de windrichtingen georiënteerd, wat de naam van de woning verklaart.

Sinds 1927 verbleef Permeke tijdens de zomermaanden in Jabbeke, in een huis in de toenmalige Hoogstraat (thans Dorpsstraat nr. 51). Hij koos het bouwperceel voor zijn nieuwe woning uitdrukkelijk voor de rurale ligging, middenin de natuur. De grote tuin en de aanpalende weilanden hadden een grote invloed op het oeuvre van Permeke. De bewaarde tuin en open ruimte achter het huis zijn een tastbare getuige van de inspiratiebron van de schilder in zijn meest productieve periode.

In 1935 werd ten zuidoosten van de woning een atelier gebouwd voor grote werken, tevens tentoonstellingsruimte. Wanneer Permeke zich in 1937 op de beeldhouwkunst ging toeleggen, werd de ruimte hoofdzakelijk als beeldhouwwerkplaats ingericht. Na het overlijden van Constant Permeke in 1952 werd het huis volgens zijn wens voor het publiek opengesteld. Huis en inboedel werden in 1956 aangekocht door de Provincie West-Vlaanderen en vanaf 1961 ingericht als "Provinciaal Museum Constant Permeke". Daarbij werden de zuidelijk gelegen percelen mee aangekocht en ingericht als een grote museumtuin.

Modernistische kunstenaarswoning in ruime omliggende tuin. Sobere gele baksteenbouw onder plat dak, grotendeels met wilde wingerd overgroeid. Ruime woning van vijf traveeën en twee bouwlagen op rechthoekig grondplan, waarbij de westelijke helft onderkelderd is, met o.m. een half ondergrondse garage. Op de noordwesthoek een uitspringende beglaasde erker, waarop een ruim verheven terras aansluit. Onregelmatig geplaatste, vrij kleine rechthoekige muuropeningen met bewaard schrijnwerk met een specifieke indeling voor elk venster. Aan elke zijde van de woning is een buitendeur. Centraal verdiept inkomportaal aan straatzijde (noord), aan tuinzijde een rondbogig portaal, ten oosten een dubbele terrasdeur en ten westen een deur gekoppeld aan een raam vanuit het atelier.

Ten zuidoosten van de woning, een groot rechthoekig atelier. Lage geelbruine baksteenbouw onder plat dak. Blinde gevels, zenithale verlichting. Woning en atelier zijn via een gekanteelde muur met spitsboogdoorgang verbonden, tevens toegang tot de tuin achter de woning.

De kunstenaarswoning van Constant Permeke werd voor ruim drie vierden gebruikt als werkruimte; de rest werd door het gezin als permanente woonruimte gebruikt. Bij de inrichting als museum werden in het woonhuis de schilderijen opgesteld, samen met enkele authentieke meubelstukken, o.m. geel geschilderde kasten, een centraal opgestelde houtkachel in het schildersatelier. In de tuin en de aparte atelierruimte zijn beeldhouwwerken te zien.

De woning kent een dubbelhuisopbouw, met centrale inkom- en traphall, van waaruit aan beide zijden twee ruimtes te bereiken zijn. Ten westen, eetkamer en salon, ten oosten, twee atelierruimtes; achter de traphall, aan tuinzijde, een smalle kamer. Op de verdieping, ten westen een schildersatelier, ten oosten de slaap- en privékamers.

Op de gelijkvloerse verdieping zijn de circulatie- en woonruimtes voorzien van zeshoekige gele gespikkelde cementtegels; de atelierruimte heeft grote rode betontegels, het verheven gedeelte kent zwart-wittegels in dambordpatroon. Het schildersatelier boven heeft een planken vloer. Vlak gepleisterde wanden en plafonds, wit of zwart geschilderd. In de zwart geschilderde inkomhal is een bank verwerkt in de muur. De traphal is voorzien van zenithaal licht en is compositorisch heel sterk uitgewerkt; granito bordestrap en trapleuning.

De originele tuin bij de kunstenaarswoning van Permeke besloeg ongeveer een derde van de huidige museumtuin. Het was een geometrisch-kubistische tuin met vlak maaiveld en spontane natuur. De tuin werd wellicht nooit in totaliteit ontworpen. Na de aankoop door de Provincie van de belendende zuidelijke percelen, werd de tuin in Engelse landschapsstijl aangepast, volgens de plannen van de toenmalige rijkstuinbouwconsulent. In de vlakke tuin werd reliëf gebracht, een gebogen padennet werd aangelegd en exotische planten, voornamelijk coniferen, werden aangeplant. Eind 20ste eeuw werd het besluit genomen de authenticiteit van de tuin te herstellen. Landschapsarchitect J. Swimberghe (1954) maakte eind jaren 1990 een ontwerp op basis van oud fotomateriaal, waarbij de authentieke sfeer werd geëvoceerd. Een exacte reconstructie was niet mogelijk, omdat niet alle oorspronkelijke gegevens beschikbaar waren. Het strakke patroon van dolomietpaden en de verdiepte tuin werden zoveel mogelijk hersteld. Een nieuwe boomgaard werd aangeplant en het panorama op de achterliggende weiden en boerderijen opnieuw zichtbaar gemaakt.

VOORMALIGE HERBERG

Gistelsteenweg nr. 548. Voormalige herberg, breedhuis van vier traveeën en één bouwlaag onder pannen zadeldak (nok // straat, Vlaamse pannen), dat ca. 1869 voor herbergier Désiré Vanhille werd opgetrokken. Baksteenbouw met gecementeerde en geschilderde muren. Rechthoekige muuropeningen, beluikte vensters met schuiframen, deur met bovenlicht.

KAPEL VAN ONZE HEMELSE MOEDER EN DE HEILIGE JUDAS THADDEUS

Gistelsteenweg z.nr. (bij oprit van nr. 237) "Kapel van Onze Hemelse Moeder en de Heilige Judas Thaddeus", gebouwd in 1880 uit dank voor de genezing van een ziek kind. De kapel is opgetrokken in rode baksteenbouw op een gecementeerde plint, gevat onder een leien zadeldak. De puntgevel is doorbroken door een met zwarte baksteen omlijste rondboogdeur en draagt het jaartal "1880" in de geveltop. In de zijgevels, kleine rondboogvensters met glas-in-loodinvulling. Interieur met gestucte wanden en tongewelf; zwart-wittegels en altaar in rotsimitatie achter smeedijzeren hekwerk. Talrijke ex-voto's. Naast de kapel staat een later bijgeplaatste lichtkamer in hout en glas.

KOEPELVORMIGE IJSKELDER

Gistelsteenweg z.nr. (links van nr. 121). Met aarde afgedekte koepelvormige ijskelder, begroeid met bomen en struiken, waarvan de toegangsdeur in het donkerrode metselwerk zichtbaar is De ijskelder behoort tot het oorspronkelijk tot aan de Gistelsteenweg reikende kasteeldomein "De Zandberg", dat vanaf 1930 werd verkaveld voor villabouw (cf. Zeeweg nrs. 34-36).

(laatst gewijzigd:4/08/2011)